Emancipatie

Suriname en de Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863)

In navolging van Engeland (1833) en Frankrijk (1848) werd door de Nederlandse regering in 1863 de slavernij afgeschaft. De afschaffing van de slavernij wordt ook wel aangeduid met de term ‘emancipatie’. Deze emancipatie had grote gevolgen voor de Surinaamse maatschappij. De voormalig slaveneigenaren ontvingen voor iedere vrijgelaten slaaf een premie van de Nederlandse overheid, als compensatie voor het wegvallen van het arbeidspotentieel. Als alternatief voor de inzet van slaven werden door de voormalig slaveneigenaren contractarbeiders geworven in Nederlands Indië, India en China (Arbeid op Contract). De voormalige slaven werden voor een periode van tien jaar onder staatstoezicht geplaatst. In deze periode waren vrijgelatenen tussen de 15 en 60 jaar verplicht een arbeidsovereenkomst af te sluiten. Deze maatregel was vooral bedoeld om te voorkomen dat de voormalige slaven massaal de plantages zouden verlaten, waardoor de plantage-economie zou instorten. Pas na de periode van staatstoezicht verworven de voormalige slaven het volledig burgerrecht. 

De collectie ‘Emancipatie 1863’ is gebaseerd op Borderellen, die de gegevens bevatten van personen die in 1863 bij de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen werden vrijgelaten. Tevens treft u in de collectie informatie aan over de eigenaren van deze personen. De namen zijn afkomstig uit de emancipatieregisters van Paramaribo, van de overige districten in Suriname en van de Nederlandse Antillen.

In WieWasWie zijn de Borderellen gegroepeerd per familienaam om te voorkomen dat de lijst onoverzichtelijk lang wordt. Aan het Borderelnummer is daarom de familienaam toegevoegd.

Bij de Surinaamse registers is informatie toegevoegd over de bijbehorende eigenaar (eigenaren). Daarmee is het mogelijk om met de naam van een eigenaar alle bijbehorende slaven op te zoeken. Je kunt direct doorklikken op de naam van een eigenaar.

Bij een aantal categorieën slaven is geen Borderelnummer beschikbaar en is er ook geen link naar de eigenaar of eigenaren. Dit waren zgn. gouvernementsslaven (in dienst van de staat), slaven die leden aan lepra of slaven in wegloperskampen.

Inhoudelijke informatie:

  • De naam van de vrijverklaarde slaaf is de naam die de slaaf ontving bij de Emancipatie op 1 juli 1863. De voornaam was vaak de slavenroepnaam aangevuld met een christelijke doopnaam.
  • De slavennaam was de voornaam, of voornamen, waaronder een slaaf in de slavenregistratie stond ingeschreven. Deze naam was niet noodzakelijk de daadwerkelijke roepnaam.
  • Bij het veld Religie tref je vaak de afkorting EBG aan. Dit betekent dat de persoon in kwestie lid was van de Evangelische Broeder Gemeente.
  • Als het Borderelnummer begint met PL was er sprake van een Plantage, bij PE was er sprake van een Particuliere eigenaar.

Bron van de collectie:
Het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis beheert de digitaal ontsloten collectie Emancipatieregisters voor de auteur, historicus drs. Okke ten Hove, die zijn gegevens belangeloos ter beschikking heeft gesteld voor publicatie via WieWasWie, en zich toelegt op het doorvoeren van correcties en toevoegingen. Deze dank geldt ook voor de nabestaanden van mede-auteur Heinrich Helstone die samen met Okke ten Hove verantwoordelijk is geweest voor de samenstelling van de database betreffende de Emancipatieregisters. Bij verwijzingen naar deze collectie wordt het op prijs gesteld om de samenstellers van de collectie te vermelden.

Meer weten?
Je kunt meer informatie over de Surinaamse registers vinden op de website van het Nationaal Archief.